Brouwerij "De Klok"

Brouwerij "De Klok" heeft een bijzonder interessante geschiedenis en het gebouw zelf is een pareltje van industriële archeologie. De brouwerij heeft een geschiedenis die precies 100 jaar oud is. In mei 1898 diende R. Stevens bij het Zottegemse gemeentebestuur een aanvraag in tot het bouwen van "twee woonhuizen, brouwerij, stallingen, enz., op een grond gelegen Kerkhofstraat". De toestemming werd gegeven en Stevens startte zijn project, met als aannemer P.F. Vander Fraenen uit Grotenberge. Tussen haakjes, de kerkhofstraat noemt vandaag de Laurens De Metsstraat en de gevels van de woningen uit 1898 staan er nog altijd.
 
Wat er precies met de brouwerij van Stevens aan de hand was, weten we niet, maar het is opvallend dat, in minder dan tien jaar tijd, de brouwerij drie keer van eigenaar veranderde. Eerst R. Stevens, dan De Riemaecker en in 1905 Gustaaf Van Vijve. Het is deze Van Vijve die in 1910 de "Samenwerkende Maatschappij Brouwerij De Klok" opricht, een sociëteit met als doel "de uitbating eener bierbrouwerije alsmede alle andere bewerkingen en nijverheden rechtstreeks of onrechtstreeks hiermede verbonden". Het startkapitaal bedroeg 67200 BEF, vermeerderd met een exploitatiekapitaal van 15100 BEF, samen 82300 BEF, verdeeld over 823 aandelen van 100 frank. Leuk om te weten is dat de aandeelhouders verplicht waren een aantal tonnen bier te kopen. Artikel 11c van de statuten stipt aan dat wie één aandeel bezit jaarlijks minstens vijf tonnen bier moet afnemen; twee aandelen houdt een verplichte afname van acht tonnen in; drie aandelen staat voor minstens tien tonnen. De inbreng van Van Vijve bestond uit "een brouwerij met alle aanhoorigheden, magazijnen, kelders, koetspoort, koer, lochting, waterleiding, zulks met al het vaststaande en beweegbare materiaal" en "een huis dienende tot woonst van Van Vijve".
 
In de jaren dertig wordt de brouwerij grondig gemoderniseerd. Naar plannen van de Gentse architect Verlée wordt in 1933 een nieuwe brouwerij opgetrokken. Dat is precies het imposante gebouw dat de skyline van Zottegem beheerst. Het bestaat uit een betonnen skelet, waarvan de gevelvlakken met baksteen zijn opgevuld. En, het is vooral de klokvormige koperen koepel, die een brouwtoren met een watervergaarbak van 55000 liter afdekt, die het meest in het oog springt. De brouwerij werd dus niet "De Klok"genoemd omdat het gebouw een klokvormige toren heeft, maar het is precies omgekeerd.
 
In de jaren dertig was de brouwerij de tweede grootste van Zottegem, ze werd alleen gepasseerd door Brouwerij De Meyer, die samen met al die andere Zottegemse brouwerijen - op een bepaald moment waren er tien tot twaalf - het niet heeft overleefd. Enkel Crombé, met zijn Oude Zottegemse, zet de brouwtraditie tot vandaag verder. Bijzonder leuk is het bier dat de brouwerij De Klok produceerde. Het had de bizarre naam Poepentsoe. Het is eigenlijk een verbasterd dialect, waarbij poep staat voor achterste en tsoe voor varken. Letterlijk betekent de naam dus "het gat van het varken", maar je moet de naam interpreteren als "een stukje uit de hesp" en dat was en is dan weer het beste stuk van het varken. Hiermee wilde de brouwerij aangeven dat het bier van de beste kwaliteit was en misschien ook wel dat het "eten en drinken" was, zoals het spreekwoord wil.
 
Ondanks haar modernisering en ondanks haar grootte, kon de brouwerij De Klok na de Tweede Wereldoorlog niet langer concurreren met de opkomende nationale brouwerijgiganten. Op 27 augustus 1952 viel het doek. Adrien Madou verwierf de site in 2010 en startte het jaar daarop een gedurfd project. In de brouwerij werden acht exclusieve lofts gemaakt, naar plannen van architect Piet Steyaert en naar ideeên van interieurvormgever Ben Depuyt.
 
© Danny Lamarcq